Alles over de Nederlandse militairen in Mali

Nederlandse militairen in Mali

Nederlandse militairen in Mali

Op dit moment bouwen de eerste Nederlandse militairen in de hitte van Oost-Mali aan een kamp voor hun bijna vierhonderd collega’s die hier in het voorjaar van 2014 worden gestationeerd. De Nederlanders zullen er ten minste tot eind 2015 blijven en onderdeel uitmaken van de VN-missie MINUSMA. Wat gaat Nederland daar eigenlijk doen? En hoe zit het conflict in Mali ook alweer in elkaar? (Gepubliceerd in OneWorld, Januari 2014)

Nederland is aanwezig als onderdeel van de VN-missie. Wat is het doel van deze missie?
De VN-missie, MINUSMA genaamd, heeft als doel om de stabiliteit in Mali te herstellen en de burgerbevolking te beschermen. Het einddoel is een veilig Mali, waar de rechtsstaat gewaarborgd is. De VN wil Mali bijstaan bij versterking van het Malinese overheidsapparaat.
Verdere taken zijn: het voorkomen en monitoren van mensenrechtenschendingen, humanitaire assistentie verlenen, een bijdrage leveren bij de terugkeer van vluchtelingen, meehelpen met de organisatie van vrije verkiezingen en bijdragen aan de versterking van het centrale gezag van de Malinese overheid. Oud-minister voor Ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders is hoofd van de VN-missie.

Wat gaan de Nederlandse militairen doen?
De hoofdtaak van de Nederlandse militairen is het verzamelen van informatie. ‘De Nederlandse militairen zijn de ogen en oren van de VN-missie in Mali’, aldus minister van Defensie Hennis-Plasschaert, in de uitzending van Pauw &Witteman op 18 december. Daarnaast is er een kleine groep politiefunctionarissen (dertig man, onder wie twintig marechaussees) die de politiecomponent van de VN-missie zullen ondersteunen en zijn er deskundigen die de Malinezen adviseren over de bescherming van burgerrechten, man/vrouwrelaties, rechtsstaatontwikkeling, de opbouw van veiligheidsinstanties en de bescherming van cultureel erfgoed.

Hoe gaan de Nederlanders te werk?
De Nederlandse militairen zullen langeafstandsverkenningen uitvoeren vanaf de Nederlandse basis in Gao, Oost-Mali. Ze hebben vier gevechtshelikopters tot hun beschikking, er is sensorcapaciteit en er zijn onbemande verkenningssystemen die video- en foto-opnames maken. Naast informatie verzamelen, kunnen de militairen opdrachten krijgen om wapenopslagplaatsen te ontmantelen, zogenaamde ‘Freedom of Movement’ voor VN-eenheden te realiseren en tegenstanders op te pakken die geïmproviseerde explosieven maken.

Wat zijn de redenen van Nederland om mee te doen met de VN-missie?
Volgens de Nederlandse regering en de VN-Veiligheidsraad is er in Mali een humanitair schrijnende situatie. Nederland wil Mali bescherming bieden tegen geweld, onrechtvaardigheid en armoede.  Bovendien is Mali volgens de Nederlandse regering momenteel een broedplaats voor gewelddadig extremisme en grensoverschrijdende criminaliteit (drugs, wapens en illegale migratie). Dit kan Nederland en Europa raken en dat moet voorkomen worden, aldus Den Haag. Ook wordt Mali gezien als een belangrijke handelspartner voor grondstoffen en energiebronnen. Nederland is gebaat bij een stabiele partner. Tot slot is er een politiek belang: als Nederland nu een belangrijke rol speelt in de wereld op het gebied van internationale veiligheid, zal Nederland als een serieuze kandidaat worden gezien als er een plek vrij komt als tijdelijk lid van de Veiligheidsraad. Het kabinet heeft dit omschreven als een van de ambities van de regering.

Zijn de Nederlanders er al?
Deels. Op dit moment wordt het kamp van de Nederlanders in Gao gebouwd door technische specialisten van het Nederlandse leger. In maart of april wordt de voltallige groep Nederlandse militairen verwacht.  Er worden drie operationele teams, bestaande uit onder andere mariniers, commando’s, een medisch team en een team van de Explosieven Opruimingsdienst Defensie, gestationeerd in Gao.

Mogen ze vechten?
Ja, er is een mandaat van de VN. De militairen mogen optreden als ze terechtkomen in een gevechtssituatie. Ook kunnen ze opdracht krijgen om tegenstanders op te pakken als deze explosieven maken.

Welke landen doen nog meer mee met de VN-missie?
Binnen de VN is dit de derde grootste operatie die momenteel plaatsvindt. In totaal hebben 33 landen een bijdrage toegezegd. Voor China bijvoorbeeld is dit de grootste bijdrage aan een VN-vredesmissie ooit. Voor de eerste keer in haar geschiedenis heeft China een gevechtseenheid ter plaatse. Ook leveren ze een veldhospitaal en zorgen ze voor de bescherming van het regionale VN-hoofdkwartier.
In totaal moeten er in de zomer van 2014, 12.640 VN’ers in uniform aanwezig zijn in Mali. In november vorig jaar waren er 6347 militairen en politiemensen in Mali. Onlangs nog deed de baas van de missie, Bert Koenders, in de Veiligheidsraad een oproep om de toegezegde mensen ook daadwerkelijk te sturen.

Welke rol speelt Frankrijk in Mali?
Frankrijk is prominent aanwezig in Mali. In 2013 heeft de voormalige kolonisator met – op het hoogtepunt – vijfduizend militairen de moslimextremisten in het Noorden van het land verjaagd. De Fransen bouwen hun leger op de grond af naar vijftienhonderd militairen in februari. Er blijven dus veel Franse militairen in Mali die los van de VN opereren.
Op dit moment is ook ECOWAS, het regionale samenwerkingsverband van West-Afrikaanse landen, actief in Mali. Haar militaire operatie AFISMA heeft veertienhonderd militairen op de grond in Mali en hielp met de verkiezingen in augustus en november 2013. ECOWAS wil het komende jaar ruim vierduizend militairen sturen, de meesten afkomstig uit Nigeria. Andere landen waar de militairen vandaan moeten komen zijn onder meer Ghana, Ivoorkust, Burkina Faso en Niger.

Moeten Afrikanen niet de Afrikaanse problemen oplossen?
Het uitgangspunt van Koenders is inderdaad dat alleen Malinezen de problemen in Mali kunnen oplossen. Maar feit is dat ECOWAS te traag reageerde toen de Malinese regering hen in 2012 om hulp vroeg op het moment dat het Noorden onder de voet werd gelopen. Frankrijk, de ex-kolonisator van Mali, stond vervolgens wel paraat en de tanks werden met gejuich ontvangen in Bamako. Waarom deden de Fransen dit? De Franse president Hollande beweerde dat het alleen uit humanitair oogpunt was dat Fransen zich militair mengden in een conflict. Een bevriend land zat in de problemen en werd geholpen. Ook de terroristische dreiging diende bestreden te worden, zei Hollande. Hij repte niet over grote handelsbelangen in Mali en de regio, terwijl die evident zijn. Olie in Mali, gas in Algerije en uranium in Niger.

Tegen wie moet de Malinese bevolking worden beschermd?
Volgens de Veiligheidsraad tegen opstandige Toearegs, extremistische moslimgroeperingen en tegen ‘gewone’ criminelen. Om met de Toearegs te beginnen, in 2012 riep de MNLA, de politieke en militaire vertegenwoordigers van veel Toearegs, in de stad Gao, hun eigen staat uit: Azawad. Ze hadden in korte tijd het noorden van Mali bezet. De Toearegs strijden al sinds mensenheugenis tegen – in hun ogen – de onderdrukking vanuit Bamako.
De Toearegs werkten aanvankelijk samen met verschillende extremistische groeperingen om dat zij hen slagkracht gaven. De prominentste zijn Ansar Dine en AQIM (Al Qaida in the Islamic Maghreb). De intern verdeelde Toearegs lieten zich die steun aanleunen, maar kwamen al snel bedrogen uit, want de extremisten keerden zich tegen de Toearegs.  De sharia – de islamitische wetgeving – werd ingevoerd, muziek verboden, de MNLA verjaagd. Honderdduizenden mensen vluchtten weg uit het Noorden, het merendeel van hen Toearegs. In no time vielen nu de Noordelijke steden in Mali in handen van moslimextremisten. Veel van deze groeperingen zijn ook actief in de drugshandel en mensensmokkel. Internationale criminaliteit (cocaïne-, wapen-, sigaretten- en mensensmokkel) zorgt voor verborgen geldstromen in Mali. De overheid staat erom bekend gevoelig te zijn voor corruptie. Wapens zijn ruim voorradig, mede door de gewapende conflicten in Libië en Darfur. Ansar Dine is de groep die de Nederlander Sjaak Rijke heeft gegijzeld. Ansar Dine wordt geleid door een Toeareg.

Zijn de moslimextremisten en Toearegs alleen actief in Mali?
Nee, en daar zit precies de achilleshiel van de VN-operatie. Veel problemen zijn grensoverschrijdend. De moslimextremisten zijn ook actief in omliggende landen (Mauritanië, Algerije, Niger, Libië) en er wordt aangenomen dat ze met elkaar samenwerken. AQUIM (actief in Algerije) zou bijvoorbeeld contacten hebben met Boko Haram (Noord-Nigeria). Toen de Fransen de jihadisten uit Mali verjaagden, werden colonnes moslimextremisten gezien in Darfur, duizenden kilometers verderop. Het noorden van Mali is weliswaar een brandhaard en er zijn trainingskampen in de bergen, de extremisten steken gemakkelijk de grens over. De woestijn is gigantisch groot en de grenzen zijn poreus. De militairen van de VN hebben geen mandaat buiten Mali.
Azawad, het land geclaimd door de Toearegs, beslaat niet alleen Mali, maar ook een deel van Algerije, Libië, Niger en Burkina Faso.
Achterliggend probleem is natuurlijk ook de armoede in het algemeen. De Sahel-regio is een van de armste gebieden ter wereld, basisvoorzieningen zijn vaak minimaal. Er zijn veel spanningen tussen verschillende bevolkingsgroepen. De strijd om vruchtbare grond en water ligt daar vaak aan ten grondslag. De bevolking is jong, er is weinig werk, de verwoestijning is op veel plaatsen een probleem. De rijkdom – die er op verschillende plaatsen ook is – wordt ongelijk verdeeld.

Wat vinden experts van de Nederlandse inzet?
De meningen zijn verdeeld. Oorlogsverslaggever Arnold Karskens bijvoorbeeld vindt de Nederlandse missie onzinnig. Zijn argumenten in een notendop:

– Het gebied is te groot en het aantal Nederlanders te minimaal om daadwerkelijk iets te betekenen.
– Het is heel moeilijk om onderscheid te maken tussen opstandelingen, extremisten, smokkelaars en doorsnee burgers.
– Het VN-mandaat geldt voor Mali, maar de grenzen zijn poreus, de vijand is zo in Niger, Algerije of Burkina Faso.
– Terrorisme kunnen we beter in Europa bestrijden; deze activiteit in Mali is alleen maar om het Nederlandse leger in stand te houden.
– Het is onveilig voor de militairen.
– De komst van militairen in een land lokt extremisten aan.
– De ambitie is te groot. De militairen lossen de interne problemen van Mali niet op.
– Afrikanen moeten hun eigen conflicten oplossen. Het Westen zou eigenlijk alleen maar adviseurs moeten sturen en trainingen moeten verzorgen.

Rob van Wijk, directeur van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies, ziet het anders. Hij stelt dat de Nederlandse missie onontkoombaar eigenbelang is. Zijn argumenten: Nederland heeft internationaal nauwelijks invloed meer en kan zijn internationale belangen niet langer effectief bevorderen, tenzij het bijdraagt aan VN-missies. Van Wijk meent dat humanitaire motieven alleen in Mali tekortschieten, het gaat er volgens hem om dat Europa en Nederland niet ontwricht raken door stromen vluchtelingen en door extremisten die de vrijplaatsen in de Sahel en Sahara gebruiken als springplank naar Europa.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *